June's Portfolio

Nieuwe artikelen
Home
Studiereis Istanbul 2006
Stage HK
Over June
Eigenschappen journalist
Canon
Reflectie SvJ
Motivatie SvJ
Stellingen & Reflectie
Brief uit de toekomst
Producties tweede jaar
Nieuwe artikelen
Studiereis Berlijn 2007
Stage de Molenkruier

Je moet niet het vrouwtje uithangen, maar de journalist
Froukje Santing over haar tijd in Turkije

Voor de liefde vertrok Froukje Santing op vijfentwintigjarige leeftijd naar het Oosten. Waar ze zich ontpopte tot een gewaardeerd journalist, die berichtte uit de samenleving. Zeventien jaar lang was Santing (50) correspondent voor het NRC Handelsblad en Radio 1. Een terugblik op haar carrière

Hoe was het om als Westerse vrouw in een islamitisch land te opereren?

Toen ik in 1981 in Turkije kwam, was het nog niet zo islamitisch als nu. Religie speelde nog niet zo’n grote rol want het land had net een militaire staatsgreep achter de rug. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie kwam de politieke islam in 1994/1995 op, ik vond het fascinerend om daarover te berichtten.

Ik heb nooit het gevoel gehad dat vrouw zijn mij heeft gehinderd in mijn werk. Het is zelfs een voordeel geweest om als vrouw in Turkije te werken. In 1991 berichtte ik over de Golfoorlog. Ik verbleef in de Turkse bergen waar Koerden verstopt zaten. Samen met een andere journaliste overnachtten we in een heel smerig hotel vol vlooien. Toen we buiten een luchtje gingen scheppen werden we opgepakt door de politie. Die bracht ons naar de burgermeester die er op stond dat we bij hem bleven slapen. Want vrouwen hoorden niet thuis in zo’n smerig hotel.

Ik had als Westerse vrouw toegang tot zowel mannen als vrouwen. Met de vrouwen kon ik openlijk over alles praten, ook over seksualiteit. Een mannelijke journalist komt niet zo snel binnen bij Turkse vrouwen. Toch moet je weten waar je opereert en je daaraan aanpassen. Turkije is een land van uitersten. Er is een groot contrast tussen de stad en het platteland, waar de mensen heel traditioneel zijn. Een professionele houding is heel belangrijk. Je moet niet het vrouwtje uithangen, maar de journalist.

Waren er ook nadelen?

Natuurlijk kwam het wel eens voor dat ik in mijn werk werd gehinderd. Ik heb mij veel bezig gehouden met het Koerden vraagstuk, wat in Turkije erg taboe is. Hierdoor werd ik in de gaten gehouden. Toen het Koerdisch parlement in Nederland in ballingschap was, ontstond er een diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije. Hierdoor werd het nog lastiger om mijn werk goed uit te kunnen uitoefenen. Tijdens een van mijn live-uitzendingen bij Radio 1 werd ineens de verbinding verbroken. Ik pakte de telefoon en kreeg een zogenaamde storingdienst aan de lijn. Toen heb ik gezegd dat ik het niet erg vond dat ze mij afluisterden, maar dat zij zich professioneel moesten gedragen zodat wij beiden ons werk konden doen. Sindsdien heb ik er nooit meer last van gehad.

Hoe onderhield je contact met het thuisfront?

De buitenlandredactie van het NRC belde mij elke ochtend op om de actualiteit in Turkije te bespreken. Hierop besloten wij wat interessant was voor een groot verhaal of wat alleen een nieuwsbericht moest worden.

Waarom ben je teruggekomen naar Nederland?

Ik had het idee dat ik na zeventien jaar alles wel had gedaan op journalistiek gebied. In grote lijnen was alles hetzelfde. Op een gegeven moment moet je voor jezelf een afweging maken of je er de rest van je leven wilt blijven. Mijn dochter speelde een belangrijke rol in mijn beslissing. Ik wilde perse dat zij haar middelbareschoolperiode in één land zou doorbrengen. Ik heb voor Nederland gekozen, omdat het mij beter leek voor haar vorming. Vrouwen worden hier meer gestimuleerd. Je mag onafhankelijk zijn, afwijken en helemaal vrij zijn.

Waar ben je het meest trots op?

Ik ben op twee dingen erg trots. Minister Ben Bot is twee jaar ambassadeur in Istanbul geweest. Hij gaf mij een groot compliment, dat ik niet óver de samenleving berichtte, maar uit de samenleving. Toen ik met de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken en Lubbers in Turkije was, kwam ik de Turkse minister van BUZA tegen. Hij herkende mij en pakte mijn hand. Hij vroeg: Is dit een goede journalist? Ze zeiden: ze is niet alleen een goede journalist, maar krijgt ook veel in de krant. Ze is een brug tussen Turkije en Nederland. En ze heeft een goed oog voor ontwikkelingen.''

Wat wil je nog bereiken?

Afgelopen zomer verruilde ik mijn baan bij de NRC voor een studie Arabische taal en cultuur aan de Universiteit in Leiden. Ik verdiep mij graag in andere culturen, vooral het Midden-Oosten spreekt mij aan. Ik wil graag islamoloog worden zodat ik journalistiek en wetenschap kan combineren als publicist.

Artikelen gemaakt tijdens mijn studiereis in Indonesië                      (26-09 t/m 18-10-2006)

Heimwee naar de ex-overheerser

Veel oudere Indonesiërs zullen nooit meer teruggaan naar Holland

MANADO - Indonesië en zijn inwoners zijn nog altijd nauw verbonden met hun ex-overheerser. De Nederlandse wet bepaalt de dagelijkse gang van zaken en vooral oudere Indonesiërs hebben heimwee naar Holland, of naar hun vrienden en familie die daar nog wonen.

Veel oudere Indonesiërs voelen zich nog erg verbonden met Nederland. Een voorbeeld is Eddy Marsel, die in Nederland studeerde maar uiteindelijk toch terugkeerde naar zijn geboorteland. Nu begeleidt hij jongeren bij Radio Montini op Sulawesi. "Ik wil iets doen voor de mensen hier."

Studentenactivist

Eddy Marsel (70) heeft een bewogen leven achter de rug. Hij werd geboren in Zuid-Sulawesi en studeerde voor arts toen in 1965 een militaire coupe plaatsvond. Onder leiding van generaal Suharto werden honderdduizenden mensen gedood. Marsel moest, als studentenactivist, het land verlaten. "Het werd te gevaarlijk voor me", vertelt hij in de studio van Radio Montini. Andere studenten vertrokken naar Singapore of Bangkok, maar Marsel wilde naar Nederland. Omdat hij een Nederlandse opvoeding had gehad, sprak hij de taal en was hij bekend met de Nederlandse cultuur. "In Nederland voelde ik me meteen thuis. Ik woonde jarenlang in Amsterdam, vlakbij de Albert Cuypmarkt. De mensen daar leken wel familie van me. Nederland was ook zo vrij. Provo’s, communisten, iedereen kon zich uiten zonder gevaar te lopen of op zijn woorden te hoeven letten."

Onbetrouwbaar en lui

In Nederland zette hij zijn doktersopleiding niet voort. Een studie Economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam paste beter bij hem, maar daar bleef het niet bij. Marsel studeerde ook Architectuur en Communicatie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1985, toen de rust weer was teruggekeerd in Indonesië, keerde hij terug naar zijn vaderland. Marsel wilde iets doen voor zijn land. "Bij terugkomst herkende ik mijn land niet meer. Er was veel armoede, er was veel corruptie en de mensen waren onbetrouwbaar en lui geworden, terwijl het vroeger zulke harde werkers waren."

Toch besloot hij te blijven en zijn toekomst in Jakarta op te bouwen. Marsel begon een zeer succesvol Consultantbureau. Maar na een paar jaar kwam hij er achter dat veel geld hem niet gelukkig maakte. Dus besloot hij het roer om te gooien en mensen te gaan helpen met het opstarten van eigen bedrijfjes. Niet met geld, maar met zijn kennis en ervaring. "Anderen helpen werd mijn levensdoel."

Montini

Toen in 1998 zijn broer overleed, kwam Marsel terecht in Manado op Sulawesi. Ook hier wilde hij iets doen voor de ‘gewone’ mensen. Zo kwam hij terecht bij het plaatselijke radiostation, Radio Montini. "Ik was alleen. Mijn dochter en zoon waren getrouwd dus daar hoefde ik niet meer voor te zorgen. Bij Radio Montini werk ik samen met stagiaires. Die houden me jong." Marsel motiveert de studenten om hun diploma te gaan halen. Ook simuleert hij jongeren, die een studie hebben afgebroken, weer te gaan studeren. "Ook in Indonesië ben je zonder papiertje nergens."

Liefdesverdriet

Marsel heeft heimwee naar Nederland. Toch wil hij nooit meer terug. De reden: liefdesverdriet. Hij onderhoudt nog wel contacten met Holland en vindt het leuk als Nederlandse gasten overkomen. "Mijn kleindochter wil graag naar Nederland. Na haar studie aan de universiteit zal ik ervoor zorgen dat ze daar naar toe kan, maar ik zal er zelf geen stap meer zetten. Ik krijg wel eens uitnodigingen van de Indonesische regering om naar Nederland te gaan, maar ik wil niet. Mijn leven en mijn toekomst liggen hier. Mensen helpen, dat is mijn passie en dat is mijn bijdrage aan dit land."

Heimwee, maar platzak

MANADO - Veel oudere Indonesiërs die terugkeerden naar Indonesië kampen met heimwee naar Holland. Zo ook Robby Adriaans Tokaya (61), zoon van een Nederlandse moeder en een Indonesische vader. "Ik zou terug willen, maar ik heb daar geen geld voor."

Tokaya groeide op in Amsterdam waar hij Engels studeerde. Na een ruzie met zijn ouders vertrok hij naar Indonesië. Daar gaf hij Engels en Duits op de universiteit en Nederlands in zijn vrije tijd. Lesgeven zit in zijn bloed, want zijn moeder Wilhelmina was docente Nederlands aan de Mulo. Zijn vader Chrisje Tokaya (80), een oud KNIL-militair, woont nog steeds in Amsterdam.

Tokaya heeft heimwee naar zijn moederland, waar ook zijn zusje woont. "Ik wil daar graag mijn oude dag doorbrengen en voor mijn oude vader zorgen, voordat het te laat is." Maar hij heeft geen geld om naar Holland te gaan. "Kunt u geen inzamelingsactie voor mij houden?", grapt hij. Maar zijn gezicht staat droevig.

Luiheid en politieke belangen

Nederlandse wet regeert Indonesië

MANADO - "Wij Indonesiërs willen best van die Nederlandse wetten af, maar we zijn te lui om ze te veranderen", zegt dr. Arnold Laoh, directeur van de faculteit Rechten van de Universiteit van Manado. "En de leiders van dit land komt het wel goed uit dat we nog steeds zoveel Nederlandse wetten hebben."

De Gordel van Smaragd, Hindia Belanda en Tanah Hindia, ook wel bekend als (ons) Nederlands-Indië was van 1800 tot 1949 een kolonie van Nederland. Inmiddels viert Indonesië bijna zijn 60-jarige onafhankelijkheid. Maar nog steeds bestaat 65 procent van het Indonesische rechtssysteem uit Nederlandse wetten.

Hoe komt het dat Indonesië na zestig jaar nog steeds zoveel Nederlandse wetten heeft?

"De bevrijding van Japan was net achter de rug toen de bevrijdingsoorlog met Nederland uitbrak. Er waren veel spanningen in Indonesië en er was nauwelijks sprake van centraal gezag. Daarom was het moeilijk de grondwet te veranderen."

"Sinds onze onafhankelijkheid hebben we altijd problemen gehad in de politiek. We hebben in 1945 geprobeerd een nieuwe grondwet te maken, die de oude Nederlandse wetten zou moeten vervangen. Die poging faalde, er kwam wel een tijdelijke grondwet."

"Later, in 1959, probeerden wij het opnieuw, maar ook dat ging niet door. Ons land werd een geleide democratie met president Sukarno aan het hoofd. In de ruim dertig jaar dat Sukarno president was, heeft hij nooit iets aan de wetten veranderd. Hij gebruikte de oude Nederlandse wetten om zijn machtspositie te behouden."

En na het tijdperk Sukarno?

"In 1965 greep het leger in en pleegde een staatsgreep. Twee jaar later droeg Sukarno de macht over aan generaal Suharto. Ook hij heeft nooit een serieuze poging gedaan om de wetgeving te veranderen. Latere regeringen hebben daar ook weinig aan gedaan. Zij vinden het wel best zo, want ze hebben nu veel macht. Vanuit politiek oogpunt maken ze misbruik van de situatie, maar vanuit wettelijk oogpunt is wat ze doen legaal. Omdat er in de grondwet staat dat alle wetten, dus ook die uit de Nederlandse tijd, van kracht blijven, zolang er geen nieuwe wet is. Dat is de reden waarom er nog steeds zoveel Nederlandse wetten zijn."

"Gelukkig wordt onze samenleving steeds opener. Vergeleken met het Suharto-tijdperk zijn we nu beter af. We mogen bijvoorbeeld op straat protesteren tegen de overheid. De politie beschermt je zelfs, zolang je je een beetje inhoudt. Maar als je te ver gaat weet de regering jou of je familie te vinden. Dan worden bijvoorbeeld je neef, je zus of je zwager gestraft doordat ze dan geen baan meer kunnen krijgen of carrière kunnen maken.

Is het een allemaal kwestie van politieke onwil?

"Inderdaad. Het heeft niets met juridische aspecten te maken, maar alles met onverschilligheid. Ons rechtenstelsel, onze politieke stabiliteit en ons sociale bestaan kunnen ons kennelijk niet schelen. Pure luiheid."

Voorlopig blijven er nog Nederlandse wetten van kracht?

"Nou, ik denk dat het Indonesische rechtssysteem er over vijftien tot twintig jaar toch heel anders uitziet. Vooral het Privaat Recht en het Burgerlijk Wetboek zullen worden vernieuwd. Maar wetten veranderen doe je niet van de ene op de andere dag."

"Zelf zou ik het Wetboek van Strafrecht willen veranderen, omdat daar nog veel Nederlandse artikelen instaan die ooit bedoeld waren om het volk in bedwang te houden. Verder hebben we meer democratische wetten nodig. Maar ook aan mensenrechten moeten we meer aandacht besteden."

Dus moeten rechtenstudenten voorlopig nog Nederlands leren?

"Ja, ze leren Nederlands om de wetten en de juridische termen te kunnen begrijpen. Zo leren ze de originele betekenis van woorden."

Wat doet u als docent recht tegen corruptie?

"Ik leer studenten dat corruptie verkeerd is en dat we moeten vechten tegen onrecht. Dat is het enige wat ik kan doen. Ook schrijf ik momenteel een boek over corruptie. Daarin geef ik mijn visie op corruptie. Dat is niet gevaarlijk. Ik weet hoever ik kan gaan en wat ik wel en niet kan schrijven."

Wat vindt u als jurist van de doodstraf?


"In sommige opzichten ben ik het ermee eens. Wanneer je kinderen vermoordt en verkracht verdien je naar mijn mening de doodstraf. Maar er is veel corruptie en willekeur. De één krijgt de doodstraf, de ander niet. Regering en rechters kunnen doen wat ze willen. Het is vaak pure willekeur. En dat is natuurlijk niet de bedoeling van wetgeving. Die moet juist eerlijk, onpartijdig en rechtvaardig zijn."

Nederlandse wetten

In 1848 legde Nederland de kolonie (bijna) alle wetten op die ook in Nederland van kracht waren. Tot op de dag van vandaag worden deze wetten in Indonesië gebruikt. Zoals het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Koophandel. Van het Burgerlijk Wetboek worden alle vijf de delen nog gebruikt, op het hoofdstuk over landhervorming en agrarisch grondbezit na. De doodstraf (uit het Wetboek van Strafrecht) is geïntroduceerd door de Nederlanders. In Nederland zelf werd de doodstraf al in 1870 uit het strafrecht gehaald.

Enter supporting content here